|
Een dagje naar de dokter.... Jennifer Peeters is stagiaire Social Works en is momenteel voor een half jaar in Zambia. Daar doet ze een project voor de stichting ‘Give the children of Mpongwe a future’. Dit is een school voor Zambiaanse kinderen met een beperking. Jennifer zal regelmatig haar belevenissen op deze site publiceren.
Het is dinsdag 3 mei. Morgen en overmorgen twee belangrijke dagen in Nederland. Dodenherdenking en Bevrijdingsdag. In Nederland had ik de doden om 20.00 uur herdacht en was ik de dag erna naar Roermond gegaan om de 66 jaar durende bevrijding te vieren. Deze dagen zagen er in Zambia toch iets anders uit. Dinsdagavond sta ik om 10 over 6 ’s op de stoep van kliniek Miramar. Het is de vierde keer dat ik een ziekenhuis of kliniek van binnen zie in Zambia. En dat in nog geen drie maanden tijd! De eerste keer was het in Mpongwe, waar ik door een suikertekort bijna onderuit ging en dus even verplicht moest gaan liggen. Miramar bezoek ik die dinsdag voor de derde keer. De eerste keer daarvan was nog niet duidelijk wat ik had, tijdens het bezoek erna kwam eruit dat ik een bacteriële infectie in mijn buik had en uitdrogingsverschijnselen. Met een flinke dosis antibiotica en slaappillen, plus de ORS uit Nederland, was ik na anderhalve week weer opgeknapt. Langer dan twee weken mag dit niet duren, want tijdens Koninginnedag begint de blaas tegen te stribbelen. Pijn tijdens het plassen en steken in de blaas. Ook al heb ik dit nog nooit gehad, het kan maar één ding zijn: blaasontsteking. Gelukkig heb ik daarvoor medicatie uit Nederland meegekregen en begin ik wederom aan een antibioticakuur. Op maandag begint er meer pijn te doen in de buik. Ik besluit het nog een dag aan te kijken, ondanks korte koortsaanvallen en het vele zweten die dag. Als ik die dinsdag samen met Collins de stad Ndola wil gaan verkennen, gaat het met het uur slechter. We besluiten naar de bakkerij te gaan, maar na een uur trekt Aniek aan de bel. En zo is het dinsdagavond 3 mei, 10 over 6 en zitten we te wachten op de dokter die opgeroepen moet worden. Als die eenmaal arriveert, de klachten aanhoort (al twee dagen geen ontlasting, verminderde eetlust en een buik die overal pijn doet en hard is), besluit hij mijn buik eens nader te bekijken. Hij heeft hem nog niet aangeraakt of ik vlieg een meter de lucht in en kan mijn tranen niet meer bedwingen. Helaas, hij moet toch echt even voelen. Zijn gezichtsuitdrukking voorspelt weinig goeds en waar ik al bang voor was, wordt dan ook de waarheid: blijven en verder onderzoek. Aniek mag gelukkig ook in de kliniek blijven slapen gedurende mijn verblijf en dat verzacht het toch een beetje. Als ik hier alleen had moeten blijven, was het nog minder leuk geweest. Diezelfde avond wordt er nog een infuus geplaatst. Natuurlijk lukt dit de eerste keer niet en moet er een tweede keer geprikt worden. Ook dit doet mij natuurlijk weer pijn en wederom vallen er tranen. Die nacht slaap ik niet door de pijn en omdat ze diverse keren mijn bloeddruk en temperatuur komen meten. Woensdag, Dodenherdenking. Al was het voor mij eerder een dag waarvan ik zelf dacht dat ik dood ging. Alles waar ik niet van houd, is deze dag voorbij gekomen. Ik vind ziekenhuizen bij voorbaat al niet leuk en aan spuiten heb ik ook een hekel. Het infuus doet pijn en er moet ook nog bloed geprikt worden. Tijdens het maken van de echo van mijn buik, duwt die meneer zo hard, dat ook hier tranen rollen. Diezelfde morgen krijg ik ook nog een rectaal onderzoek en hoor ik dat ik die middag onder het mes moet. Ook dat nog! En wie blijkt nu de dader te zijn? De darm die niet kan zien, de appendix ofwel blinde darm. Blijkbaar is hij ontstoken en veroorzaakt hij ook de pijn door mijn hele buik. Daarnaast is er iets met mijn linkernier, maar dit is nog niet serieus genoeg om er iets aan te doen. Als ik terug ben in Nederland moet ik daar wel naar laten kijken. Die middag ga ik onder het mes. Voordat dit echter gebeurd, moeten mijn armen een stuk verder van mijn lichaam liggen. Ik schreeuw het uit als ze mijn linkerarm verplaatsen, het infuus doet zoveel pijn. Er wordt dan ook direct besloten om dit eruit te halen en het op de derde plek die er nog is in mijn linkerarm, een nieuwe te zetten. En ook hier kan ik weer niet van genieten en vlak voordat ik onder zeil ga, zijn er weer tranen gevallen. Die dag duurt het even voordat ik goed bij kom en gelukkig heeft Aniek hier dan ook een filmpje van gemaakt. Ik meende dat ik Aniek zes keer zag en dat we op een markt waren. Verder zwaaide ik naar iedereen die binnenkwam en vond ik alles top. Hopelijk kan ik hier ook een keer om lachen. Donderdag, Bevrijdingsdag. Voor mij was het op een bepaalde manier ook een bevrijding. De buik doet pijn, maar ik weet dat dit minder gaat worden omdat de appendix eruit is. Ik heb weinig geslapen afgelopen nacht, maar ben iedere keer blij als er bezoek komt. In de dagen dat ik in het ziekenhuis ben geweest zijn de buren (ja, die van het verhaal), Mr. Mwansa (coördinator CBR), Nico, Martin en Sister Karen (collega’s CBR) langs geweest. Collins en Modius zijn echter de trouwste bezoekers. Ondanks dat ze werken van 6 ’s morgens to 9 ’s avonds, iedere dag komt wel minimaal één van hen langs. Lief! Na een paar dagen mag Aniek mij in bad doen, wat leuk! Ik ben blij dat Aniek al die dagen bij mij is geweest, ze is mijn steun en toeverlaat in die tijd. Ze wast mij, brengt mij naar de wc en houdt mijn hand vast als iemand mij weer pijn ligt te doen. Zonder haar had ik het er een stuk slechter vanaf gebracht. Bedankt lieve Aniek! Als alles beter lijkt te gaan, krijg ik zaterdagmorgen te horen dat ik opnieuw een nieuw infuus moet. Het ‘oude’ infuus werkt niet meer en het is toch nog noodzakelijk dat ik via deze manier de medicatie binnen krijg. Aangezien er aan de linkerarm geen plaats meer is, wordt er in de rechterarm bij de pols voor de vierde keer een infuus geprikt. Ik zal jullie gelijk vertellen, de dag erna, om 2 uur ’s middags werkte dit ook niet meer. Ik kijk de verpleegster smekend aan als ze zegt dat ze de dokter zal bellen om te overleggen wat te doen. Ik wil niet nog een keer! Gelukkig mag ik aan de pillen en ben ik van de infusen af. Als ik dit verhaal typ, zit ik thuis. Het is maandagavond en vanmiddag ben ik eindelijk ontslagen uit het ziekenhuis. Vlak voordat ik vertrok, keek de dokter nog naar mijn gezicht. Bleek ik ook nog een ringworm te hebben. Met een zalf en een dosis medicatie mocht ik dan eindelijk naar huis. In de afgelopen dagen heb ik alles gehad, wat ik nooit in mijn leven hoopte te hebben. Onderzoeken, spuiten, infusen, maar vooral veel pijn. Één ding is zeker: de pijngrens is verhoogd. Maar wat was ik blij, toen ik de poort van ons huis binnenliep. De deur ging open en ik wist: eindelijk, thuis! Veel liefs vanuit het nog steeds geweldige Zambia, Jennifer Wilt u het project van de stichting ‘Give the children of Mpongwe a future’ steunen? Dat kan doe een donatie op: Rekeningnummer: 98.96.41.023 T.n.v. Jennifer Peeters, Baarlo Onder vermelding van ‘Project Zambia’ |